De verloren Lotuskruisen is het verslag van een reis door China’’s religieuze landschap. In het jaar 635 trokken vanuit het westen de eerste christenen het Chinese rijk binnen. Zij vertaalden hun heilige teksten in beelden en motieven die regelrecht uit het daoïsme en het Chinese boeddhisme kwamen: Jezus werd Ye Su, Maria Mo Yan en de evangeliën werden de Jezus-sutra’s. De Jezus-sutra’s geven niet alleen inzicht in het Chinese christendom, maar verrijken ook onze kennis van het vroege christendom, aangezien de originele teksten verloren zijn gegaan. Chinese christenen vervaardigden stenen kruisen die door draken gedragen werden of opstegen uit lotusbloemen. Hun heiligen werden afgebeeld als bodhisattva’s, behangen met kruisen. De Kerk van het Oosten was het hart van klassiek China binnengedrongen en andersom. Halbertsma beschrijft het China dat de eerste christenen aantroffen: een wereld van sjamanen, boeddhisten, daoïsten en volgelingen van Confucius. Vervolgens vertelt hij hoe het christendom een plek verwierf in het religieuze landschap en hoe het uiteindelijk weer verloren ging. De verloren Lotuskruisen is derhalve het verhaal van de zoektocht naar de graven, steden en kerken van de vroege christenen in China.
|
|||
